Column: Jort Kelder

Jortkelder_column1-2016

Schat, dat mag wel wat sneller

‘Sorry guys fort he corporate bullshit, but I want to show you some exciting slides’. Als Fokke de Jong het word neemt is de nacht net neergedaald op het dakterras van Mr. Porter, het hipste penthouse-restaurant van Amsterdam. Tweehonderd vrienden en zakenmaatjes zijn naar de zesde etage van het W-hotel getogen om niet alleen de 42ste verjaardag van de oprichter van SuitSupply te vieren, maar zeker ook om te glorieuze uitkoop van een trio in de weg lopende minderheidsaandeelhouders te markeren. ‘I am the single owner again’, grijnst de Jong. Applaus. Waarna een showreel wordt ingestart die de ontstuimige groei van het SuitSupply-imperium oogverblindend in beeld brengt. We zien De Jong ouder worden, dronken zijn, zijn troepen aanvuren. Zoals een van de stafmensen in de film zegt: ‘Je kunt hier alleen werken als je van avontuur houdt en tegen stress kunt.’ Met een megalomaan panorama uit het heelal kijken we naar moeder aarde. Steeds meer pijltjes met SuitSupply-logo bespringen de planeet. Amsterdam, Londen, Italië, New York, Miami, San Francisco, Shanghai, Tokio, Singapore… ‘Don’t you miss one part of the world?’, daagt de Jong zijn international vriendenschare uit. Dan: ‘Because I like rooftops, here is our new shop with cocktailbar in… Sidney!’. Waarna wederom applaus.

Ook uw doorgaans zo kritische verslaggever klapte geestdriftig mee. Sinds Fokke de Jong mij drie jaar geleden vroeg een lijn onder mijn naam te lanceren, gluur ik mee naar de wording van een pakkenimperium. Partytime. Niet alleen omdat ik m’n garderobe nu volledig naar eigen inzicht kan modelleren en en passant duizenden namen meetroon in mijn gecultiveerde kledingkeuzes, maar vooral omdat ik de trics & trucs van de textielindustrie leer kennen. En geloof mij, die wereld met al z’n belangrijkdoenerige oubolligheid en vage tussenhandel was toe aan een disruptor als F. de Jong. Ieder kwartaal zie ik de resultaten van zijn hard bevochten kruistocht in de spreadsheets voorbij komen. Van 0 naar 200 miljoen, van gesjeesd student tot Q500-lid; allemaal binnen vijftien jaar. Heet dat exponentieel?

Nope. Dat heet snel groeien. Respect. Maar exponentieel betekent logaritmisch. Dan zouden zelfs de eskimo’s en aboriginals nu in SuitSupply moeten lopen. Groeien in een volwassen industrie met krimpende marges en sluitende winkels, is anders dan uit je voegen barsten dankzij een industriële oerknal. De automobiel en de vliegmachine waren dat. Het internet is dat. Vandaar dat exponentiële organisaties zelden voorkomen in de wereld van ABN Amro, Shell, KLM of Akzo, maar wel in die van Facebook, Google en Apple.

Niet zo lang geleden was ik op een vrijmibo bij trendwatcher Adjiedj Bakas. Toch al een man die uiterst opgewekt hele generaties en bedrijfstakken de wacht aanzegt. Maar het werd erger toen Yuri van Geest het woord nam. Van Geest dweept met Google en Nasa, gelooft in singulariteit en schreef de onverbiddelijke bestseller ‘Exponentiële Organisaties’. Laat die man vijf minuten oreren en iedere aanwezige voelt zich een fossiel. De proloog van zijn boek opent met een ogenschijnlijk opgewerkte zin die feitelijk de anonce van een overlijden is: ‘Welkom in een tijd van exponentiële veranderingen, de mooiste tijd om in te leven’.

Heeft Van Geest gelijk? Betekent de opkomst van nulletjes en eentjes, van algoritmes, big data en ‘the cloud’ dat álles sneller gaat? Voor sommige sectoren zeker. Maar de bakker op de hoek moet z’n brood nog gewoon laten rijzen en mijn Italiaanse kleermaken betaal ik alleen vier mille voor een pak omdat-ie zo leuk ambachtelijk loopt te hannesen met naald en draad. Dat kan slimmer, ziet SuitSupply. Maar sommige dingen moet je langzaam doen. Vraag het de chefkok, of vraag het uw vrouw. Zolang we mensen niet klonen – wat wel kan – blijft er ruimte voor aandacht, liefde en detail. En dus ook voor fossielen en slakken zoals u en ik.

Jort Kelder