Het Oger gevoel

Bron: Becoming great magazine editie 3.
Oger Lusink werd vorig jaar in Milaan als eerste Nederlander geïnaugureerd als Honorary Member van de Altagamma International Honorary Council.

Een eervolle blijk van waardering voor zijn jarenlange toewijding aan het Italiaanse erfgoed op het gebied van mode en cultuur.

Met zijn benoeming wordt Oger voortaan in een adem genoemd met internationale topmerken als Valentino, Gucci, Versace, Ducati, Ferrari, Tod’s en Riva.

Het-Oger-gevoel
Ogers succes is uit nood geboren. 

De Society Shop, waar Lusink twintig jaar werkte, verbood hem de verkoop van exclusieve kledingmerken toen hij in1989 zijn eerste winkel opende aan de Pieter Cornelis Hooftstraat. Hij verkocht er uitsluitend pakken van eigen makelij. Ze vielen in de smaak bij de hoofdstedelijke rich & famous. Oger, pensioengerechtigd inmiddels, is nog met regelmaat te vinden achter de kassa van de flagship store aan de PC. Het roer van het exclusieve maatpakimperium, goed voor een jaaromzet van zo’n 25 miljoen euro, is vorig jaar overgenomen door zijn zoons Martijn en Sander. Martijn is de inkoper en de ontwerper van het bedrijf. Sander is verantwoordelijk voor de marketing.

Single vs Multi brand

Naast de kleding uit eigen atelier verkoopt Oger anno nu nagenoeg alle grote Italiaanse merken: van Brioni en Cesare Attolini Napoli tot Corneliani. Opvallend: de eerste Corneliani singel-brand boutique is ook te vinden aan de PC Hooftstraat. Sander Lusink: “Klopt. Die winkel is van ons. En daar hebben we een goede reden voor. In de retail vallen momenteel de zwakke broeders af. Dat betekent omzetverlies voor de grote merken. Die gaan op zoek naar compensatie.”

“Als je als merk zelf een winkel opent, pak je ook nog eens de marge van de tussenhandel en de winkelier. Het is allemaal nog niet zover, maar het zou kunnen dat de huurprijzen daardoor omhoog gaan. De vraag is dan, hoe reageer je als retailer op deze ontwikkeling. Gelukkig kunnen we nog een mooie huur betalen. Maar wat doe je als de huur niet meer is op te brengen? We zitten graag dicht op die ontwikkeling. Daarom brengen we nu onze retail expertise in om van de Corneliani boutique een succes te maken; join them if you can’t beat them.”

“De komst van de boutique is niet van invloed geweest op onze eigen omzet. Onze clientèle prefereert het Oger gevoel. Bovendien doen wij aan cherry picking. Onze klanten kunnen kiezen uit 50 merken waar we alleen de mooiste spullen van inkopen. Die worden ook nog eens allemaal aangepast aan onze eigen smaak.”

De eigen kledinglijn bestaat inmiddels uit drie collecties. Speciaal voor de minder kapitaalkrachtige klanten ontwikkelde Martijn Lusink de Oger RED collectie. Voor wie dacht dat Oger te hoog gegrepen is: voor 300 euro loop je door de PC Hooft met een bordeaux rode Oger ‘suit bag’ over je schouder. Hou je ook nog geld over voor een macchiato bij Café PC.

Kinderwagen

“Natuurlijk hebben wij de crisis gevoeld,” bekent Sander Lusink, “Ons geluk is dat we altijd veel hebben geïnvesteerd in costumer relations management. Als je een goede klant alleen nog achter de kinderwagen in de uitverkoop ziet, dan weet je dat je hem iets anders moet bieden. Oger RED heeft er zeker aan bijgedragen dat we ook een mooie winst hebben gedraaid toen het wat minder ging.”

Webshop

Steeds meer kleding wordt online aangeschaft. Ook Oger heeft een webshop. Hoe zit het daar met het ‘Ogergevoel’? Sander Lusink: “Een webshop blijft een webshop. Je kunt er nou eenmaal geen stof voelen of een kopje koffie aanbieden. Je kunt jezelf ook niet meer onderscheiden met levertijden of betaalgemak. Daarvoor is de markt teveel uitgekristalliseerd. De shop wordt vooral gebruikt voor herhalingsaankopen. En we zien het als service voor mensen van buiten de Randstad. Leuk om te zien dat we met de webshop ook nogal wat klanten trekken uit het buitenland.”

Pakkenoorlog

Met RED zit Oger weliswaar in het zelfde prijssegment als Suitsupply, een echte concurrent is het niet, vindt Oger’s marketingmanager. “Onze pakken zijn veel beter gesneden”, lacht hij. De relatie is aanmerkelijk verbeterd sinds beide merken zo’n 10 jaar geleden waren verwikkeld in ‘de pakkenoorlog’. Het probleem zat destijds in het gebruik van de merknaam Oger in een campagne van Suitsupply. Dat mocht niet vond Oger en daar was de rechter het mee eens.

Lusink is niet jaloers op Suitsupply, dat inmiddels vaste voet aan de grond heeft in de VS. “We respecteren elkaar. Fokke de Jong (directeur van Suitsupply, red) heeft heel goed naar Oger gekeken toen hij begon. Dat geeft hij ook ruiterlijk toe. Wat we met Oger in Nederland hebben gedaan, doet Suitsupply in Amerika. Amerikaanse mannen gaan zich steeds beter kleden. Daar hebben ze een grote rol in gespeeld. Ik gun ze hun succes.”

Gêne

Echte internationale uitbreiding van Oger beperkt zich vooralsnog tot de Lange Gasthuisstraat in Antwerpen. Lusink: “Er zijn nogal wat mensen die zeggen dat wij ook succesvol zouden zijn als we de oversteek zouden maken. Maar wij zijn geen durfinvesteerders. In België weten we zeker dat we nog Nederlands kunnen praten.”

“Eigenlijk zouden we die gêne van ons moeten afgooien en ook de grote overstap moeten maken naar de grote landen en de grote steden van de wereld. Wanneer dat moment er is moet nog blijken. Daar ligt zeker een taak voor mijn broer en mij.”`