‘Misschien ben ik ook wel wat visionair’

Bron: Becoming great magazine editie 2.
Hij is hotelier, restaurateur, kasteelheer, cultuurgids, honorair consul van Frankrijk, ontving onlangs de Gouden Eeuw Award, en is de best geklede bedelaar van Limburg. Maar wie is de mens achter het merk? Maak kennis met Camille Oostwegel (63).
Camille Oostwegel

U bent een van de meest succesvolle horecaondernemers van Nederland. Waaraan heeft u dat te danken?
“Mijn bompa was een begenadigd patissier. Op zijn negentigste verjaardag bakte hij nog zijn eigen taart. Mijn vader was tandarts, maar vooral amateurkok en een van de eerste Chevaliers du Tastevin. Na de hoogmis, als wij gingen wandelen, trok hij de keuken in. Op m’n vijfde at ik met mijn ouders voor het eerst in Château Neercanne. Geen idee dat ik daar ooit eigenaar zou worden. De Franse cultuur, de taal en de keuken speelden een grote rol in ons gezin.”

Wat is uw belangrijkste wapenfeit?
“Als voorzitter van de cultuurafdeling van de studentenvereniging Amphitryon heb ik destijds een groot Bourgondisch feest georganiseerd ter ere van de 80-ste geboortedag van Johan Werumeus Buning, schrijver van literaire kookboeken. Het lukte om er een enorm spektakel van te maken. Buning was bevriend met mensen als Godfried Bomans en Bertus Aafjes. Die waren er allemaal. Het lukte om de radio erbij te krijgen. Er verschenen grote artikelen in allerlei bladen. Maastricht werd op de kaart gezet als culinaire stad. In die tijd heb ik geleerd wat ik nu elke dag doe. En aan het werven van fondsen voor het borstbeeld van Buning, heb ik mijn geuzennaam overgehouden: de best geklede bedelaar van Limburg.”

U heeft nogal wat nevenfuncties. Er is een boek verschenen over Camille Oostwegel. Staat u graag op de voorgrond?
“Nee helemaal niet. Dat klinkt misschien gek, maar ik ontkom er niet aan. Goede pr is natuurlijk wel belangrijk. En blijkbaar zijn er veel mensen die geïnteresseerd zijn in wat ik doe. Dat boek, ‘Alles moet bevochten worden’, heb ik tien jaar tegengehouden. Uiteindelijk dacht ik: misschien is het toch interessant voor gasten en studenten. Zo komt er van alles op je pad.”

Hoe zou u uw stijl van leidinggeven willen omschrijven?
“Gepassioneerd, voorbeeld gevend, een zeer gastvrije instelling. Inspirerend leiderschap heet dat, denk ik. Resultaatgericht ook wel, en commercieel. Zulke grote investeringen kun je niet doen zonder een gezonde exploitatie. Als ik dat mag zeggen: misschien ben ik ook wel wat visionair.”

“Een goeie manager is vooral een goede organisator. Iemand die kan delegeren.”

Manager of ondernemer?
“Een ondernemer-createur die weet hoe hij moet managen. Een goeie manager is vooral een goede organisator. Iemand die kan delegeren. Al mijn directieleden zijn 100 procent verantwoordelijk voor de exploitatie. Mijn hart ligt meer bij het bedenken van nieuwe concepten.”

Restauratie of restaurant?
“Dan toch het restaurant. Daar is het mee begonnen. Maar het is de combinatie die maakt dat ik sta waar ik nu sta. Het is heel mooi om monumentaal erfgoed te combineren met moderne architectuur. Ze versterken elkaar.”

Frankrijk of Limburg?
Toen ik op Château Neercanne tijdens de Eurotop in 1991 François Mitterrand mocht ontvangen, de toenmalige president van Frankrijk, keek hij over de Limburgse heuvels en zei: “Monsieur, c’est la France ici”. Dat ben ik met hem eens.”

Becoming Great gaat over grenzen verleggen. Welke grens zou u nog graag verleggen?
“Ik ben betrokken geweest bij de kandidatuur van Maastricht als culturele hoofdstad van 2018. Het is verschrikkelijk jammer dat we het niet zijn geworden. Het was een prachtige kans om de grenzen tussen België, Nederland en Duitsland te vervagen. Het leven zit vol verrassingen. Het komt naar je toe en er gebeurt wat. Zeker als je een open mind hebt. Misschien ga ik nog eens te voet naar Rome. Ik houd van de natuur, en wie wandelt loopt nooit om.”

Welke spreuk zou er straks op uw grafsteen moeten staan?
“Ci-gît un véritable Limbourgeois. Hier rust een echte Limburger. Ik denk dat die steen hier op Sint Gerlach zal liggen.”